het curriculum ontwikkelen de cursisten zich in een realistische, de praktijkbenaderende context: de beroepstaken met de daarbij behorende competenties.
drie beroepstaken en
negen competenties.Het curriculum is toegesneden op de praktijk. Het boek van de kind/oudercursus “Ho, tot hier en niet verder…!” vormt de leidraad in de methodieklessen.
Cursisten leren vanaf de eerste dag op basis van ervaringsgericht werken, vanuit de positie van het kind, de ouder, en de trainer.
De toets-opdrachten zijn praktijk gerelateerd.
De cursisten integreren de kennis en ervaring vanuit de verschillende theorieën en invalshoeken door praktijkgerichte opdrachten en observatieopdrachten, door het leren formuleren van concrete haalbare doelen, reflectieopdrachten, verslaglegging van leerervaringen en door het geven en ontvangen van feedback.
In de acht onderwijsblokken staan centraal:
○ De persoonlijke en professionele ontwikkeling: de trainer is zelf het instrument. Er is aandacht voor het contact maken en in contact zijn, doelen stellen, besef van de eigen invloed en die van de sociale en maatschappelijke omgeving.
○ De methodiek “Ho, tot hier en niet verder…!”. Het integreren van theorie en praktijk, het vanuit drie posities (kind-ouder-trainer) uitvoeren en ervaren van het programma voor kinderen en ouders, opvoeders.
○ Sensomotoriek. Veiligheid in het eigen lijf op basis van de drie aandachtsgebieden: de sensorische informatieverwerking, de cognitieve aspecten en de motorische vaardigheden.
○ Ontwikkelingspsychopathologie. Een oriëntatie op en leren omgaan met de belangrijkste kinder- en jeugd-psychiatrische problemen. Signaleren en gespreksvoering met de ouders.
De opleidingsperiode kent:
○ De integrale leerlijn met beroepsopdrachten en beroepsproducten.
○ De theoretische leerlijn met de theoretische verantwoording en onderbouwing van de beroepsopdrachten en visievorming, contextuele benadering, psychopathologie, ethiek etc.
○ De vaardighedenleerlijn die bestaat uit:
- therapeutische, communicatieve en bewegingsvaardigheden gerelateerd aan de beroepsopdrachten
- rapportage-, studie-, reflectievaardigheden
- bewegings(analyse)vaardigheden en werkvormen:
De vaardigheid kent de drie aspecten: doen (oefenen), leren aanbieden van werkvormen, inzicht ontwikkelen in het specifieke van de werkvormen.
In het tweede half jaar oefent de student in de praktijk door het uitvoeren van een volledige kind/oudertraining. Stagebegeleiding, supervisie en intervisie ondersteunen de student bij het leerproces. Dit geeft hem gelegenheid zijn competenties binnen de beroepstaken in de praktijk te ontwikkelen.
Tijdens de opleiding wordt gewerkt met een portfolio. De student sluit de opleiding af met het inleveren van een volledig gevuld portfolio, hetgeen betekent dat de student aan alle opdrachten/studietaken, inclusief 360º feedback heeft voldaan en daarmee tot een eigen visie en trainerschap is gekomen.
1.Training geven
○ Intake, observatie en indicatie (de voorwaarde van een werksituatie scheppen waarin contact, kennismaken, observeren, intake en indiceren aan de orde komen).
○ Programma-keuze (op basis van vraagstelling, mogelijkheden en beperkingen van de doelgroep het programma afstemmen in de vorm van sessies en (bewegings)-arrangementen.
○ Uitvoeren en evalueren: een groepstraining uitvoeren bestaande uit een kindertraining en een cursus voor de ouders, opvoeders.
2.(Persoonlijke) kwaliteitsverbetering en samenwerken met andere betrokkenen, trainers en de ontwerpster van de methode, werken aan kwaliteitsonderzoek en –verbetering. Waar mogelijk een bijdrage leveren aan programmaontwikkeling.
3. Onderzoek en innovatie: praktijkgericht onderzoek, voorstellen voor verbetering of vernieuwing, profilering, productontwikkeling, ondernemerschap.
1. Contact leggen met cliënten, zich oriënteren op de hulpvraag en mogelijkheden van het kind, de ouder, opvoeder. Met behulp van het Dialoogmodel analyseren en (in een multidisciplinair team) een bijdrage leveren aan een hypothese.
2. Op basis van een analyse en een hypothese in dialoog met cliënten werkdoelen formuleren en het programma van de training inrichten gericht op optimalisering van het psychosociaal functioneren van de individuen en de groep als geheel.
3. Methodisch het ontworpen plan van aanpak uitvoeren: een kind-oudertraining geven en deze voortdurend evalueren.
4. Samenwerken met collega’s, leerkrachten, begeleiders of hulpverleners die bij het kind of jongere betrokken zijn. Al dan niet in een multi-disciplinair team.
5. Leiding en (werk)begeleiding geven aan eventuele assistenten, stagiaires.
6. Voor het uitvoeren van een training ”Ho, tot hier en niet verder…!” noodzakelijk beheersmatige activiteiten verrichten en organisatorische voorwaarden creëren en bewaken.
7. Waar van toepassing in en vanuit de eigen arbeidsomgeving een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het beleid met betrekking tot het inzetten van de methodiek “Ho, tot hier en niet verder…!” met het doel bij te dragen aan de psychosociale ontwikkeling van kinderen en jeugdigen en de zorg voor de kwaliteit van het trainingsaanbod.
8. De eigen professionaliteit blijvend ontwikkelen door reflectie op het eigen beroepsmatig handelen en actief zoeken naar en benutten van nieuwe ontwikkelingen.
9. Een bijdrage leveren aan ontwikkeling en profilering van de methode “Ho, tot hier en niet verder…!” met behulp van innovatie en praktijkgericht onderzoek.
Voor informatie en inschrijving:
Stichting Uit eigen beweging,
Vliek 10, 6235 NR Ulestraten
+31(0)43 – 326 18 47
stichting@uiteigenbeweging.nl