"Er is geen methode, slechts AANDACHT..."
Krishnamurti
In balans zijn vanuit de verbinding
Persoonlijke en professionele ontwikkeling
Methodisch inzetten van het bewegen
Kindertraining
Oudercursus
Sensomotorische ontwikkeling
Ontwikkelingspsychopathologie
Aandacht voor jezelf (mindfulness)Een basishouding voor trainers door Mea Coppens
In de ontmoeting met het kind en diens ouders vormen de volgende uitgangspunten de basis:
○ Het kind als geheel te zien.
○ De kunst verstaan om mogelijk negatieve ervaringen van het kind en zijn ouders met open vizier te benaderen en tegelijkertijd alle positieve ontwikkelingstendensen ten volle aan te spreken en te benutten.
○ Het kind te zien als deel van een gezin.
○ De wisselwerking tussen het kind en de ouders, die onlosmakelijk verbonden zijn met het kind, te onderkennen en te erkennen.
○ Het kind te zien in de wisselwerking tussen vertrouwen in zichzelf, vertrouwen in de ouders en eventuele broers en zussen en andere familieleden.
○ Het kind te zien in zijn maatschappelijke omgeving.
○ De invloeden van andere maatschappelijke systemen zoals de school, religie, man-vrouwpositie, sociale klasse en etnische achtergrond.
Tijdens de opleiding is aandacht voor de invloed die van de trainer uitgaat door zijn of haar eigen aannames en voorkeuren.
Contextuele benadering
De verwevenheid van ouders en kinderen heeft te maken met loyaliteit en het besef van loyaliteitsinvloeden tussen ouders en kinderen. Dit besef is uitgewerkt in de contextuele therapie door Nagy en Krasner: gezinsleden dienen zorg te dragen en verantwoordelijkheid op zich te nemen voor elkaar. Deze zorg en verantwoordelijkheid dient erkend te worden en levert degene die zorgt op zijn beurt het recht op om vertrouwen en of zorg te vragen. Hierdoor blijft de balans tussen geven en nemen in evenwicht.
Loyaliteit is hierbij een kernbegrip. De band tussen ouders en kinderen is onverbrekelijk: nooit houden ouders op de moeder of vader van dat kind te zijn, en nooit houden kinderen op de zoon of dochter van die ouders te zijn. Loyaliteit is geen gevoel, maar een zijnsgegeven. Loyaliteitsconflicten horen bij het leven.
Een veilig leerklimaat scheppen
Dit thema werken we onder meer vanuit Speaking Circles®. Contact waarbij een werkelijk ‘ontmoeten’ centraal staat. Het doel is tijdens gesprekken meer in het hier-en-nu te zijn, ontspannen in een gesprek te zijn of voor een groep te staan.
Vaardigheden die geoefend worden zijn: Hoe contact te maken -‘being with’- en feedback geven op zijnsniveau.
Belangrijke aandachtspunten zijn:
○ Echt zijn
○ Een veilige ondersteunende omgeving creëren
○ Verbinding maken met de luisteraars
○ Ondersteuning kunnen ontvangen
Afstemming op de ander
Afstemmen op de ander vraagt om inzicht in de eigen leefwereld en die van de ander. We maken gebruik van inzichten en oefeningen uit Neurolinguïstisch Programmeren (NLP) en het TOPOI-model.
Middels NLP krijgen trainers krachtige gereedschappen om te werken met wat kinderen en ouders innerlijk zien, voelen, horen en geloven. NLP bestudeert de fundamentele wisselwerking tussen het zenuwstelsel, het denken en de taal. NLP gaat ervan uit dat mensen hun eigen werkelijkheid scheppen.
Het Topoi model bouwt voort op de algemene communicatie- en systeemtheorie.
Het vertrekpunt hierbij is de interpersoonlijke communicatie, die beïnvloed wordt door en samenhangt met de culturele betekenis die gegeven wordt aan sekse, leeftijd, sociale klasse, opleiding, seksuele voorkeur, beroep, religie, sociaal-geografische herkomst en iemands nationale of etnische achtergrond.
Bewegingsanalyse en bewegingsobservatie door Jooske Kool
Het kind leert zichzelf kennen door te bewegen. Door te bewegen maakt het zich kenbaar aan zichzelf, maar ook aan anderen. Beweging en lichamelijkheid vormen een primair middel tot contact, communicatie en zelfrealisatie.
De manier van bewegen is van invloed op hoe het kind zijn omgeving ervaart. De manier waarop het kind ten opzichte van de ander beweegt, kan leiden tot contact, maar ook tot isolatie, tot samenwerking of tot conflict.
De methodiek van de bewegingstherapie is de primaire invalshoek in de training voor de kinderen. Binnen de bewegingstherapie gaat het om het arrangeren en manipuleren van bewegingsituaties in een context van ondersteuning of hulpverlening bij psychosociale, psychische, psychosomatische of psychiatrische problematiek.
Binnen de opleiding wordt aandacht besteed aan bewegings- en waarnemingsoefeningen, bewegingsanalyse op basis van Rudolf Laban, bewegingsobservatie, de bewegingspedagogiek van Veronica Sherborne en het ervaren en methodisch inzetten van het bewegen.
Theorie en praktijk door Jooske Kool, Pomme Termond, Lilian Kamphues
De kindertraining heeft als doel kinderen te ondersteunen bij het vergroten van de psychosociale weerbaarheid. Het is van belang dat het kind zichzelf en de ander gaat accepteren en dat zijn zelfvertrouwen en zelfstandigheid groeit.
We ervaren grote verschillen in onze ontmoeting met kinderen. Kinderen komen om allerlei redenen naar de training. Sommigen komen graag, anderen omdat ze ‘gestuurd’ zijn. De kunst is een veilig klimaat te creëren, waarin kinderen zich ‘thuis’ gaan voelen, waarin zij ervaren dat zij waardevol zijn, waarin zij stil durven staan bij zichzelf en bereid zijn om zichzelf te accepteren en te experimenteren met ander, nieuw gedrag.
Het is een ingewikkeld proces, waarin de trainer nogal wat rollen krijgt toebedeeld: trainer/begeleider, opvoeder, speelkameraad, identificatieobject, overdrachts-object en een reëel object van veiligheid of bedreiging. De kunst is om zicht te houden op de eigen reacties en behoeften en daarbij steeds het proces van elk kind afzonderlijk, maar ook het groepsproces in het kader van de doelstelling in het oog te houden. Op grond daarvan neem je beslissingen over de invulling van het aan te bieden programma.
In deze module staan het opdoen van kennis en de vaardigheden voor het aanbieden van de kindertraining centraal. Als leidraad gebruiken we de handleiding “Ho, tot hier en niet verder…!”
Zoals in de kindertraining vormt het ervaringsgericht leren ook in de opleiding het uitgangspunt. Dat betekent dat aspirant-trainers al doende, het programma van de kindertraining aanbieden en ervaren. De vertaalslag naar verschillende doelgroepen komt hierbij ook aan de orde.
De theorie en praktijk van de opleiding in zijn geheel, krijgen een praktische uitwerking in de wijze waarop de aspirant-trainer in staat is om deze houding, kennis en vaardigheden ‘handen en voeten’ te geven in de ontmoeting met het kind, de groep en de ouders.
Theorie en praktijk door Jooske Kool, Pomme Termond, Lilian Kamphues
De belangrijkste taak van de trainer in de oudercursus ligt erin een brug te slaan tussen het kind en zijn ouders; de ouders onderling, ouders en de kinderen van andere ouders, ouders en leerkrachten. Waarbij alle partijen elkaar kunnen ontmoeten. Wezenlijk is het om een veilige plaats te creëren, waar ouders/opvoeders stil kunnen blijven staan bij zichzelf, de eigen opvoedingsstijl en – wijze en de mogelijke problematiek van hun kind. De confrontatie met zichzelf, die vrijwel altijd plaats vindt, mag uiteindelijk geen nodeloze schuldgevoelens of kwetsuren veroorzaken. Ouders zijn al heel kwetsbaar: zij krijgen zo gemakkelijk de ‘schuld’ als het mis gaat met hun kinderen.
De kunst is om ouders/opvoeders zicht te laten krijgen op wat níet en wat wèl helpend is, vanuit de overtuiging dat zij vol goede bedoelingen handelen. Hen te helpen om zich hun sterke kanten bewust te worden en van daaruit meer vaardigheden te ontwikkelen om deze kwaliteiten te versterken. Het gaat erom dat ouders/opvoeders hun kinderen zo optimaal mogelijk leren ondersteunen bij het ontwikkelen van een grotere psychosociale weerbaarheid. Een ouder te zijn die ‘goed genoeg’ is, die trots is op zichzelf en zijn / haar kinderen.
We oefenen didactische methoden; het aanbieden van oefenmateriaal en verdiepen ons in de thema’s die in de cursus aan bod komen of door ouders ingebracht (kunnen) worden. Het eigen maken van de vaardigheden uit de methode van Thomas Gordon loopt als een rode draad door de opleiding: onderscheiden wiens probleem iets is; het gebruik van ik-boodschappen, actief luisteren en het oplossen van problemen of conflicten volgens de geen - verliesmethode.
Over Bewegen, Bewustzijn en Gedrag door Henny Sijen
Van belang is de kwaliteit van het bewegings- en handelingspatroon. Kijken naar kinderen: het herkennen en signaleren van blokkades op sensorisch, neurologisch en cognitief gebied. Deze blokkades kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen en daarmee voor de psychosociale weerbaarheid van kinderen. Het is noodzakelijk om begrip te krijgen voor en je een idee te vormen van de problemen van het kind, die voortkomen uit bestaande blokkades. Het onderkennen van de problematiek geeft mogelijkheden voor doorverwijzing voor verdere behandeling.
Drie specifieke aandachtsgebieden komen aan bod:
○ De sensorische informatieverwerking en de invloed van de sensoriek op het bewegen en het handelen; de tastzin, het gevoel van houding, de beweging en de kracht, het evenwicht en de balans én de visuele- en auditieve informatie-verwerking.
○ De motorische aspecten: de motorische ontwikkeling, het bestaan en de invloed van (nog aan-wezige) primitieve reflexen; de samenwerking tussen de beide hersenhelften en het kruisen van de middellijn. Blokkades in deze gebieden hebben directe gevolgen voor de ontwikkeling van het bewegen en handelen.
○ De cognitieve aspecten. De inprenting en het geheugen; de problemen met de aandacht en werkhouding op het bewegen en handelen.
De lessen bestaan naast de theorie uit speelse activiteiten, waarin het ervaren en herkennen van blokkades geïntegreerd wordt met het leren kijken naar de invloed van deze blokkades op de kwaliteit van het bewegen en handelen. Leren om de verbinding te maken tussen de sensomotorische basis en psychische en emotionele stabiliteit.
Door te zien wat de sterke kanten van een kind zijn, kan het kind mogelijkheden aangereikt krijgen waarmee het zijn zwakke kanten kan leren compenseren.
Theorie en diagnostiek door Hans Krot
In deze module ligt de nadruk op kinderpsychiatrische stoornissen die men in milde of ernstiger vorm kan tegen komen bij kinderen.
De aandacht gaat uit naar een goed begrip van en voor kinderen wier ontwikkeling anders dan gemiddeld verloopt. Wat kan je waarnemen bij deze kinderen? Hoe ga je om met je waarneming of je gevoel dat dit kind afwijkend is? Hoe serieus moet je een dergelijk gevoel nemen? Wat kan je zelf en wanneer en hoe schakel je een deskundige in? Waar bereik je die deskundige?
Allemaal vragen die zich voordoen in het proces vanaf het gevoel dat er iets niet klopt tot een verwijzing of verdere behandeling.
Enkele veel voorkomende ontwikkelingsstoornissen worden behandeld vanuit zowel de psychiatrische invalshoek als de mogelijk neuro-psychologische invalshoek.
Enkele voorbeelden hiervan zijn:
○ ADHD (Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit)
○ Autisme spectrum stoornissen
○ NLD ( Nonverbale leerstoornis)
○ Gedragsstoornissen (oppositioneel-opstandig)
○ Gilles de la Tourette
○ Hechtingsstoornis
We leren de opvallende kenmerken van deze stoornissen, zodat zij herkenbaar zijn en het bijzondere gedrag van deze kinderen begrijpelijk wordt.
‘Op adem komen’ door Jooske Kool
De trainer maakt deel uit van de context van het kind en zijn ouders. Als trainer ben je zelf een instrument in het proces van beïnvloeding en hebt een belangrijke voorbeeldfunctie voor het kind en zijn ouders in het omgaan met jezelf en de ander. In staat zijn om aandacht te hebben voor jezelf, iets waar hulpverleners, vanuit hun wens de ander te helpen, niet altijd genoeg aandacht aan besteden.
Net als kinderen en ouders komen trainers in situaties terecht, waarin het van belang is om over hulpbronnen en vaardigheden te beschikken om te zorgen dat het goed blijft gaan met je zelf. Op deze wijze ben je ook in staat om er voor het kind en ouders te zijn en te blijven zijn, ook als het moeilijk wordt.
Als trainer draag je een grote verantwoordelijkheid naar het kind en zijn ouders. Zij hebben vaak al genoeg situaties en hulpverleners, begeleiders meegemaakt die hen niet (voldoende) verder hielpen. Het is dus van groot belang dat je als trainer in contact bent met jezelf; ‘stevig in je ’schoenen staat’ en ‘goed in je vel zit’.
We versterken de eigen hulpbronnen middels oefeningen uit de bewegingsexpressie-therapie, ademhaling/visualisatie/meditatie en focussen.
Voor informatie en inschrijving:
Stichting Uit eigen beweging,
Vliek 10, 6235 NR Ulestraten
+31(0)43 – 326 18 47
stichting@uiteigenbeweging.nl